NVM 10.00.002 Hollands Fluitschip

Artikelnummer: 10.00.002

Het fluitschip ontstond in Noord-Nederland aan het einde van deåÊ16e eeuwåÊuit experimenten met het verlengen van bestaande schepen. Schepen met deze verlengde romp,åÊgaingsåÊgenoemd, ontstonden al inåÊ1588.[1]åÊPieter Jansz Vael, bekend als de koopmanåÊPieter Jansz Liorne, ontwierp in 1595 een nog slanker onbewapend schip. Kenmerkend waren een rond, versierd achterschip en een invallend bovenboord, dat het schip zijn peervorm gaf. Voor die vorm was een belangrijke economische reden: aan deåÊSontåÊwerd tol geheven. De hoogte van deåÊSonttolåÊhing af van de breedte van het dek. Door het smalle dek boven het brede ruim kon een maximale lading tegen een minimale tol worden vervoerd. Deze manier om tol te berekenen bleef totåÊ1669åÊin gebruik. Schepen die daarna werden gebouwd kregen een breder dek.

De fluit was bijzonder geschikt voor de handelsvaart in Europa door het beperkte aantal bemanningsleden dat nodig was om het te zeilen (ongeveer 12 tegen ongeveer 30 voor andere typen schepen van vergelijkbare afmetingen) en de geringe diepgang. Tevens was de fluit sneller en stabieler dan veel andere schepen, en had hij meer laadvermogen. Het laadvermogen steeg gedurende de eeuw van 100åÊlaståÊtot 180 last, en per bemanningslid van 9 ÌÊ 10 last naar 13 tot 14 last.[1]åÊHet schip werd dan ook een van de belangrijkste scheepstypen voor de Nederlandse internationale scheepvaart. In deåÊGouden EeuwåÊbestond tot tachtig procent van de zeeschepen uit fluiten.[bron?]åÊOp de Hollandse en Zeeuwse scheepswerven werden er vier- tot vijfhonderd per jaar gebouwd. Dat werd toentertijd onder andere ook mogelijk door de technische vernieuwing van deåÊhoutzaagmolen. Door het mechanische zagen konden fluitschepen snel en goedkoop worden geproduceerd.

In 1671 noemdeåÊNicolaes WitsenåÊ37 meter als lengte voor een gewone fluit, en 35 meter voor een fluit die voor deåÊOostzeevaartåÊdiende.[bron?]åÊCornelis van YkåÊgaf in 1697 als maten op een lengte van 40 meter bij een breedte van 5,5 meter.[bron?]

De tuigage was gelijk aan die van andere driemasters: eenåÊfokkemaståÊen een grote mast met elk maximaal drieåÊrazeilen, en eenåÊbezaanmaståÊmet eenåÊLatijnzeilåÊen soms eenåÊkruiszeil. Bij deåÊboegsprietåÊwerden nog Ì©Ì©n of tweeåÊblindenåÊgevoerd.


Specificaties

Tekeningnummer

10.00.002

AuteuråÊ

B.E. vanåÊBruggen

Omschrijving

Hollands Fluitschip

Kwaliteit

sp/lijnen; aanzicht, dekplan; tuigplan toont alleen staand en lopend want

Schaal

1 : 162

Aantal bladen A00

0

Aantal bladen A0

0

Aantal bladen A1

0

Aantal bladen A2

0

Aantal bladen A3

1

Aantal bladen A4

0

Aantal bladen A4 tekst

0

Gewicht in gram

35

Bijzonderheden

l.o.a. 28 cm

dM 1947/7,8,9,10 + 1970/4,5

Kopie artikel: 12.00.002 (13 blz)

zie ook 10.00.011voor een tekening 1:50

Het artikel uit 1970 is identiek aan dat uit 1947.

åÊ

0 sterren gebaseerd op 0 beoordelingen
Door het gebruiken van onze website, ga je akkoord met het gebruik van cookies om onze website te verbeteren. Dit bericht verbergen Meer over cookies »